| |
|
2.
Telefonische, schriftelijke of elektronische
reservering geldt als juridische wilsovereenstemming.
De schriftelijke bevestiging van de huurovereenkomst
is een administratieve bevestiging.
3. De schepen zijn all-risk verzekerd met een eigen risico van €
300,- tot € 500,-. Bij onbehoorlijk gebruik hebben
wij het recht het jacht terug te halen zonder
terugbetaling van de gestorte gelden.
4. Een vaarbewijs is niet verplicht voor onze schepen. Wel moet de
schipper meerderjarig zijn en over vaarervaring
beschikken. Voor de polyvalken geldt: een
minderjarige schipper kan de polyvalk huren, maar de
schipper moet over ruime zeilervaring beschikken en
een meerderjarige staat garant voor de borg.
5. De verhuurder kan wegens slechte weersomstandigheden de
overeenkomst op ieder moment herzien (bijvoorbeeld
onweer of harde wind) en besluiten dat er niet
uitgevaren kan worden. Dit kan naast onderstaande
regels afhankelijk zijn van de zeilervaring van de
huurder.
Bij windkracht 4 dient er 1 rif te worden gestoken.
Bij windkracht 5 dienen er 2 riffen te worden
gestoken.
Bij windkracht 6 of meer mag er niet worden
uitgevaren.
6. Vaargebied;
Nederlandse binnenwateren met uitzondering van de
grote rivieren, IJsselmeer en Waddenzee. Wanneer u
over genoeg ervaring beschikt, mag u bij goed weer
het IJsselmeer bevaren. U dient hiervoor wel onze
toestemming te hebben.
7. Het meenemen van huisdieren is niet toegestaan.
8. De huurder is verplicht ieder geval van storing of schade
onmiddellijk te melden aan de verhuurder.
Niet gemelde schade en/of vermissingen worden voor
100% in rekening gebracht van de huurder.
9. Tijdens de huurtermijn dient de huurder
regelmatig sluitingen en bouten te controleren.
10. Het is niet toegestaan stickers, kentekens en/of
andere zaken op de boten te plakken of te monteren.
11. Vaartuigen dienen schoon, compleet en op tijd
te worden teruggebracht. Voor inlevering aan het
einde van de huurperiode dienen de boten in hun
geheel van binnen en buiten schoongemaakt te zijn.
Bij te laat
inleveren wordt € 50,- per uur gerekend, tenzij de
verlate teruggave niet aan de huurder kan worden
toegerekend.
12. Eventueel gezette reven dienen verwijderd te
zijn.
13. Inventaris en overige gehuurde of meegekregen
zaken dient op dezelfde wijze neergelegd en
geretourneerd te worden als bij aanvaarding van het
huurobject.
Hiswa algemene voorwaarden
huur en verhuur pleziervaartuigen
* Deze Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur
Pleziervaartuigen van HISWA Vereniging (Nederlandse
Vereniging van Ondernemingen in de Bedrijfstak
Waterrecreatie) zijn tot stand gekomen in november
1998 in overleg met de Consumentenbond en de ANWB in
het kader van de Coördinatiegroep
Zelfreguleringsoverleg van de Sociaal-Economische
Raad.
* Gedeponeerd ter Griffie van de
Arrondissements-Rechtbank te Amsterdam op 22 oktober
1998 onder nummer 201/1998.
* HISWA Vereniging zal tegen misbruik optreden om de
gewenste exclusiviteit ook daadwerkelijk te kunnen
realiseren.
Leden worden dan ook verzocht het HISWA kantoor te
informeren wanneer misbruik wordt geconstateerd. Ter
versterking is copyright gevestigd op de diverse
teksten.
HOOFDSTUK I - DEFINITIES
ARTIKEL 1
In deze voorwaarden wordt verstaan onder:
a. de verhuurder: de ondernemer tevens lid van HISWA
Vereniging (Nederlandse Vereniging van Ondernemingen
in de Bedrijfstak Waterrecreatie) die bedrijfsmatig
goederen tegen betaling aan derden ter beschikking
stelt;
b. de huurder: hij (natuurlijk persoon) die, niet
handelend in de uitoefening van een beroep of
bedrijf (consument) tegen betaling
(register-)goederen van derden in gebruik heeft;
c. de huurovereenkomst: de overeenkomst waarbij de
verhuurder zich verbindt om de huurder tegen
betaling een vaartuig zonder bemanning in gebruik te
geven;
d. de geschillencommissie: de Geschillencommissie
Waterrecreatie te 's-Gravenhage.
HOOFDSTUK II - DE
VERPLICHTINGEN VAN DE VERHUURDER
ARTIKEL 2
1. Bij de aanvang van de huurperiode draagt de
verhuurder het vaartuig over aan de huurder. De
verhuurder draagt er zorg voor dat het vaartuig in
goede staat verkeert, dat het kan dienen voor het
gebruik waarvoor het bestemd is en dat het is
voorzien van een voor het overeengekomen vaargebied
deugdelijke veiligheidsuitrusting.
2. De verhuurder is verplicht her vaartuig ten
behoeve van de huurder te verzekeren tegen
wettelijke aansprakelijkheid, cascoschade en
diefstal voor de vaart in het tussen verhuurder en
huurder overeengekomen vaargebied.
HOOFDSTUK III - DE VERPLICHTINGEN VAN DE HUURDER
ARTIKEL 3
De huurder is verplicht de inventaris vermeld op de
door de verhuurder aan de huurder ter hand te
stellen inventarislijst en de bij het vaartuig voor
het betreffende vaargebied behorende
veiligheidsuitrusting te controleren op
aanwezigheid.
Indien de zich aan boord bevindende inventaris niet
overeenstemt met de inventaris vermeld op de
inventarislijst dan wel in geval de
veiligheidsuitrusting onvolledig of ondeugdelijk is,
dient de huurder hiervan, voor afvaart, de
verhuurder in kennis te stellen.
ARTIKEL 4
Voor de afvaart dienen partijen de conditielijst
voor akkoord af te tekenen. De verhuurder stelt een
afschrift van de afgetekende conditielijst aan de
huurder ter hand.
ARTIKEL 5
De huurder gebruikt het vaartuig als een goed
huisvader en goed schipper en overeenkomstig de
bestemming. De huurder mag geen veranderingen in het
vaartuig aanbrengen. De huurder mag het vaartuig
niet in gebruik afstaan zonder schriftelijke
toestemming van de verhuurder.
ARTIKEL 6
Aan het einde van de huurperiode draagt de huurder
het vaartuig over aan de verhuurder op de
overeengekomen tijd en plaats en in dezelfde staat
als waarin hij het ontvangen heeft.
ARTIKEL 7
De kosten die direct verband houden met het gebruik
van het vaartuig, zoals haven-, brug-, kade-, sluis-
en liggelden en kosten voor brandstof, zijn voor
rekening van de huurder.
ARTIKEL 8
De huurder heeft voor het laten verrichten van
reparaties toestemming nodig van de verhuurder. De
verhuurder betaalt de huurder de reparatiekosten
terug als gespecificeerde rekeningen terzake worden
overlegd.
De kosten van het normale onderhoud en herstel van
gebreken zijn voor rekening van de verhuurder.
ARTIKEL 9
1. De huurder moet schade van welke aard dan ook,
dan wel feiten en/of omstandigheden die
redelijkerwijs tot schade kunnen leiden, zo spoedig
mogelijk aan de verhuurder mededelen.
De huurder moet zich houden aan de aanwijzingen van
de verhuurder tot behoud van het vaartuig en tot
behoud van de rechten van de verhuurder.
2. Niet-nakoming van het bepaalde in lid 1 kan voor
de huurder leiden tot volledige aansprakelijkheid
voor schade en kosten.
HOOFDSTUK IV - DE
AANSPRAKELIJKHEID
ARTIKEL 10
1. De huurder is aansprakelijk voor schade en/of
verlies van het vaartuig, voor zover niet gedekt
door de verzekering, ontstaan gedurende de tijd dat
hij het vaartuig onder zich heeft. De huurder is
niet aansprakelijk indien hij kan aantonen dat de
schade en/of het verlies niet door hem of door één
van zijn mede-opvarenden is veroorzaakt, dan wel
niet aan hem en/of de zijnen is toe te rekenen.
Onder schade wordt tevens verstaan gevolgschade.
2. De huurder is volledig aansprakelijk voor de door
hem veroorzaakte (gevolg) schade welke niet is
verzekerd op grond van de in artikel 1 bedoelde
verzekering in geval hij het vaartuig gebruikt in
het niet tussen hem en de verhuurder overeengekomen
vaargebied.
HOOFDSTUK V - IN VERZUIM
ZIJN EN WANPRESTATIE
ARTIKEL 11
Indien de verhuurder zijn verplichtingen uit hoofde
van de huurovereenkomst niet nakomt, kan de huurder
de huurovereenkomst zonder tussenkomst van de
rechter als ontbonden beschouwen. De verhuurder moet
dan onmiddellijk alle reeds betaalde bedragen
terugbetalen.
De huurder heeft tevens aanspraak op vergoeding van
eventuele door hem geleden schade, tenzij de
tekortkoming aan de zijde van de verhuurder
laatstgenoemde niet kan worden toegerekend.
Het bovenstaande geldt niet als door de verhuurder
een voor beide partijen redelijk alternatief wordt
geboden.
ARTIKEL 12
1. Indien het vaartuig later dan het afgesproken
tijdstip op de overeengekomen plaats wordt
overgedragen, heeft de verhuurder recht op een
evenredige vermeerdering van de huursom en op
vergoeding van verdere (gevolg-)schade, tenzij de
verlate teruggave niet aan de huurder kan worden
toegerekend.
2. Indien het vaartuig door de huurder niet in
dezelfde staat als waarin hij het heeft ontvangen
wordt overgedragen, dan wel indien hij niet heeft
gehandeld conform artikel 9 van deze voorwaarden, is
de verhuurder gerechtigd op kosten van de huurder
het vaartuig in de staat te herstellen als waarin
het zich bij aanvang van de huurperiode bevond. Dit
laatste geldt niet wanneer bedoelde kosten door de
verzekering zijn afgedekt.
ARTIKEL 13
1. Indien de huurder de verschuldigde opeisbare huur
niet voldoet, dan wel zijn verplichtingen ingevolge
de huurovereenkomst niet nakomt gerekend vanaf de
datum dat de verhuurder hem terzake schriftelijk in
gebreke heeft gesteld, wordt hij geacht van
rechtswege in verzuim te zijn. De verhuurder kan dan
zonder tussenkomst van de rechter de
huurovereenkomst voor ontbonden houden en het
vaartuig onmiddellijk tot zich nemen.
2. Ingeval de huurder met betaling in verzuim is, is
de verhuurder gerechtigd een wettelijke rente plus
3% op jaarbasis over het verschuldigde bedrag aan de
huurder in rekening te brengen. Deze rente wordt
berekend vanaf de vervaldag, waarbij een gedeelte
van een maand voor een hele maand wordt gerekend.
Eén en ander onverminderd het bepaalde in artikel 16
lid 10 van deze voorwaarden.
3. Indien één van de partijen wordt genoodzaakt om
rechtsbijstand in te roepen in verband met een
geschil dat betrekking heeft op de tussen hen
gesloten huurovereenkomst, is de in verzuim zijnde
partij dan wel de in het ongelijk gestelde partij
(tevens) de aan de rechtsbijstand verbonden kosten
verschuldigd. Deze buitengerechtelijke incassokosten
bedragen 15% van het door de ene partij aan de
andere partij verschuldigde bedrag met een minimum
van € 113,50, te vermeerderen met de werkelijk
gemaakte verschotten, tenzij de wederpartij bewijst
dat met een lager minimum had kunnen worden
volstaan. Eén en ander onverminderd het bepaalde in
artikel 16 lid 10 van deze voorwaarden.
HOOFDSTUK VI - ANNULERING
EN RECLAME
ARTIKEL 14
1. Indien de huurder de huurovereenkomst wil
annuleren, moet hij de verhuurder zo spoedig
mogelijk hiervan schriftelijk in kennis stellen.
In geval van annulering is de huurder aan de
verhuurder een gefixeerde schadeloosstelling
verschuldigd ter hoogte van
-15% van de overeengekomen huursom in geval van
annulering tot drie maanden vóór de aanvang van de
huurperiode;
-50% van de overeengekomen huursom in geval van
annulering tot twee maanden vóór de aanvang van de
huurperiode;
-75% van de overeengekomen huursom in geval van
annulering tot één maand vóór de aanvang van de
huurperiode;
-100% van de overeengekomen huursom in geval van
annulering binnen één maand vóór de aanvang van de
huurperiode dan wel op de ingangsdatum van de
huurperiode, alle voornoemde
schadeloosstellingsbedragen met een minimum van €
68,-.
2. In geval van annulering door de huurder kan hij
de verhuurder om in de plaatsstelling van een derde
verzoeken.
In het geval vorenbedoelde derde voor de verhuurder
acceptabel is, is de huurder slechts 10% van de
overeengekomen huursom met een minimum van € 45,50
en een maximum van € 113,50 verschuldigd.
ARTIKEL 15
Klachten over de uitvoering van de huurovereenkomst
dienen, bij voorkeur schriftelijk en behoorlijk
omschreven en toegelicht, binnen bekwame tijd nadat
de huurder de klacht heeft geconstateerd of heeft
kunnen constateren, ter kennis te worden gebracht
van de verhuurder.
De gevolgen van niet tijdige reclame komen voor
rekening van de huurder.
HOOFDSTUK VII - GESCHILLEN:
DE GESCHILLENCOMMISSIE EN DE GEWONE RECHTER
ARTIKEL 16
1. Op alle geschillen met betrekking tot de
huurovereenkomst is Nederlands recht van toepassing.
Uitsluitend een Nederlands rechtscollege dan wel de
hierna te noemen geschillencommissie is bevoegd van
deze geschillen kennis te nemen.
2. Geschillen tussen de huurder en de verhuurder
over de totstandkoming of uitvoering van de
huurovereenkomst waarop deze voorwaarden van
toepassing zijn, kunnen zowel door de huurder als
door de verhuurder worden voorgelegd aan de
Geschillencommissie Waterrecreatie, Surinamestraat
24, 2585 GJ 's-Gravenhage.
3. Een geschil wordt door de geschillencommissie
slechts in behandeling genomen, indien de huurder
zijn klacht eerst binnen bekwame tijd aan de
verhuurder heeft voorgelegd.
4. De huurder moet het geschil uiterlijk drie
maanden nadat hij zijn klacht aan de verhuurder
heeft voorgelegd schriftelijk bij de
geschillencommissie aanhangig maken onder vermelding
van namen en adressen van de huurder en van de
verhuurder en een duidelijke omschrijving van het
geschil en de eis.
Wanneer de huurder het geschil aan de
geschillencommissie heeft voorgelegd, is de
verhuurder aan deze keuze gebonden en staat hem
terzake geen beroep op de gewone rechter meer open.
5. De geschillencommissie is niet bevoegd een
geschil in behandeling te nemen dat uitsluitend
betrekking heeft op de niet-betaling van een factuur
en waaraan geen materiële klacht ten grondslag ligt.
Ingeval de huurder zijn factuur niet tijdig betaalt,
is de verhuurder bevoegd een procedure bij de gewone
rechter aanhangig te maken, mits de verhuurder vóór
de aanvang van de procedure de huurder een termijn
van één maand na ontvangst van de aanmaning heeft
gegeven om het geschil aan de geschillencommissie
voor te leggen.
6. Indien de verhuurder een geschil voorlegt aan de
geschillencommissie, neemt de geschillencommissie
dit geschil pas in behandeling nadat de huurder
binnen een maand schriftelijk heeft verklaard dat
hij zich aan de uitspraak van de geschillencommissie
zal onderwerpen en het eventueel verschuldigde
(restant-)bedrag bij de geschillencommissie in depot
heeft gestort.
7. Indien de huurder een geschil voorlegt aan de
geschillencommissie, neemt de geschillencommissie
dit geschil pas in behandeling nadat de huurder het
aan de verhuurder eventueel verschuldigde
(restant-)bedrag bij de geschillencommissie in depot
heeft gestort. De huurder moet dit bedrag binnen een
maand op een door de geschillencommissie aan te
geven rekening storten.
Ingeval de huurder bedoeld depot niet tijdig heeft
gestort, wordt aangenomen dat hij zich niet aan het
oordeel van de geschillencommissie wil onderwerpen.
8. De geschillencommissie doet uitspraak bij wege
van bindend advies. De HISWA staat ten opzichte van
de huurder borg voor nakoming van het door de
geschillencommissie uitgebrachte bindende advies.
Voor deze borgstelling geldt een maximum van €
13.613,50 (inclusief BTW) per bindend advies.
Ingeval van faillissement, surséance van betaling of
bedrijfsbeëindiging van de verhuurder geldt de
borgstelling alleen als de huurder het geschil bij
de geschillencommissie aanhangig heeft gemaakt
vóórdat van een dergelijke situatie sprake is.
Voornoemde borgstelling geldt niet in geval de
verhuurder het bindend advies binnen twee maanden na
de toezending ervan ter toetsing aan de rechter
voorlegt en het vonnis waarbij de rechter het
bindend advies onverbindend verklaart in kracht van
gewijsde is gegaan. De borgstelling geldt nimmer
voor gevolgschade.
De geschillencommissie neemt slechts een geschil in
behandeling indien met het geschil een bedrag van
niet meer dan € 13.613,50 (inclusief BTW) is
gemoeid.
9. Voor de behandeling van een geschil is een
vergoeding verschuldigd.
10. Ingeval het geschil aan de geschillencommissie
wordt voorgelegd, is artikel 11 lid 2 en 3 niet van
toepassing.
11. Voor de behandeling van geschillen wordt
verwezen naar het Reglement Geschillencommissie
Waterrecreatie.
HOOFDSTUK VIII -
AFWIJKINGEN EN WIJZIGINGEN VAN DE VOORWAARDEN
ARTIKEL 17
Individuele afwijkingen, waaronder begrepen
aanvullingen dan wel uitbreidingen, van deze
algemene voorwaarden moeten schriftelijk worden
vastgelegd.
ARTIKEL 18
HISWA Vereniging zal deze algemene voorwaarden niet
wijzigen dan nadat daarover overleg is gepleegd met
de ANWB en de Consumentenbond. Deze wijzigingen
worden pas van kracht twee maanden nadat ze zijn
gepubliceerd door de desbetreffende organisaties die
de verplichting op zich nemen om deze wijzigingen in
hun periodieken openbaar te maken zodra ze zijn
vastgesteld.
ARTIKEL 19
Deze voorwaarden kunnen zijn vertaald vanuit de
Nederlandse taal in een vreemde taal. In geval van
mogelijke verschillen in de teksten, die het gevolg
van deze vertaling zijn, prevaleert de Nederlandse
tekst.
|
|